Wij zijn er in geslaagd om alles op een paar uur ingepakt te krijgen en om 1 uur zijn we vertrekkensklaar. Jan aan het stuur, ik als werkloze (sinds GPS) co-piloot, de kinderen achterin geïnstalleerd met een video, Buddy achter in de koffer gestouwd tussen fietsen, ijskast en alles wat we op het laatste nippertje nog in onze handen krijgen en waar we niet meteen blijf mee weten. Toon heeft bokes met pindakaas en choco gesmeerd zodat we onderweg onze lunch kunnen nuttigen: georganiseerd dat we zijn! Onderweg begint het wel te dagen dat we het een en ander niet bij hebben. Eén picknickstoel heb ik onlangs uit de camper trailer gehaald en ligt nog steeds in mijn koffer. De memory kaart van het fototoestel is thuis in de printer blijven zitten... we zullen dus een nieuwe moeten kopen. Als iemand nog een kaartje kan gebruiken van 2GB (een kleine 1000 foto's) voor een Canon toestel, laat maar weten.
We rijden noordwaarts en komen nog eens door de Hunter Valley waar we eind april nog zijn gaan kamperen. Onze bestemming, Lake Glenbawn, ligt in de Upper Hunter Country. Zodra je de steenkoolmijnen voorbij bent (de kolen worden vooral geëxporteerd naar China), kom je in een prachtig groen landschap. Om 5 voor vijf komen we op de camping aan. We kunnen nog net binnen. Ondertussen begint het te gieten, dus we zoeken een plaatsje op het duizendste gemak: toch geen weer om uit te stappen en ons te installeren. De kampeerplaatsen met elektriciteit zien er niet direct aantrekkelijk uit, dus we gaan op zoek naar de plaatsen zonder stroom. Daarvoor moeten we nog een 13-tal kilometer rijden. Wie zoekt, die vindt. Ook nu weer vinden we een prachtig plaatsje met een ongelooflijk uitzicht over het meer en de bergen.



De eerste avond staat er steevast spaghetti op het menu. Terwijl Jan de laatste hand legt aan "de faciliteiten" staat ons potje binnen al te pruttelen. Er staat een stevige en frisse wind, dus heel lang zitten we niet buiten. Nog even lezen en dan het licht uit. Een erg rustige nacht wordt het niet. Willem wordt rond een uur of één wakker (ik denk van de kou, hoewel hij dat zelf niet door heeft) en blijft het komende uur zagen en klagen over zijn zus die te dicht bij hem komt liggen (de 3 kids delen nog hetzelfde bed, maar liggen dwars). Uiteindelijk installeren we hem tussen ons in en slaapt hij als een roos. De volgende keer dat ik wakker word is het nog pikdonker, maar onze buren staan -nogal luidruchtig- op om te gaan vissen. Dat heb je natuurlijk als je op een camping vlakbij een meer ligt dat een paradijs is voor vissers. En 's morgens blijkt dat Buddy... een ongelukje heeft gehad, nogal een fiks ongeluk. Het moet die rauwe steak zijn geweest die Marie nog had meegegeven. Zij -en ik- dachten hem eens een plezier te doen. Les: experimenteer nooit met een hond zijn eten als hij in je caravan moet slapen.
Alle ochtendperikelen zijn snel vergeten als we de prachtige blauwe hemel zien. Er waait nog wel een fris briesje, maar in de zon is het best te doen. De kinderen zijn nog maar amper uit bed, of ze zitten al op hun fiets. Er zijn vele kleine paadjes die naar het meer leiden die ze op hun eentje kunnen verkennen en waar we ze toch nog in 't oog kunnen houden. Omdat het de laatste dagen veel geregend heeft, zijn er veel plassen en modder: ideaal om motorcross te spelen!



Terwijl de kinderen de streek verkennen, heb ik de tijd om mijn boek verder te verslinden. "First Ladies - Ladies First" van Annemie Struyf, een aanrader! Ik kan dan ook moeilijk stoppen met lezen, maar hé, 't is vakantie! Na de middag komt een ouder heerschap met opklapstoel in de hand op me af gestapt. Jawel, hij komt een babbeltje slaan. Eerst weet ik niet goed wat ervan te denken, hij begint meteen iets uit de oude doos te zingen en ik sta een beetje met mijn mond vol tanden. En dan begint hij te vertellen, te vertellen, te vertellen. Ik weet waar hij woont, wat hij eet, wat hij doet en gedaan heeft, zowat alles. Hij is bijna 85, reist op zijn eentje (is 17 jaar geleden gescheiden) in een motorhome die hij 20 jaar geleden zelf gebouwd heeft, heeft een paar maanden geleden zijn been nog gebroken tijdens een kampeertrip dus heeft nu een stok nodig om te stappen, maar... hij blijft erop uit trekken! Knap! Hij weet ons ook haarfijn uit te leggen waar we onze boodschappen kunnen doen in het nabijgelegen Scone, een klein, best wel pittoresk stadje dat in het hele land bekend staat als de hoofdstad van het paard.
De kinderen vonden de weg naar Scone het leukst van al. Niet ver van de camping was de Hunter rivier overstroomd en mochten we door het water rijden. Grote hilariteit: ramen open, armen buiten, yeah!
De kinderen vonden de weg naar Scone het leukst van al. Niet ver van de camping was de Hunter rivier overstroomd en mochten we door het water rijden. Grote hilariteit: ramen open, armen buiten, yeah!

No comments:
Post a Comment