Tuesday, 3 November 2009

Deel II van onze trip: Uluru

Op maandagmiddag zijn we naar Uluru vertrokken. We hadden een dikke 600 km voor de boeg. Ondertussen zijn we twee tankstations tegengekomen, voor de rest woestijn, een weg waar je altijd rechtdoor gaat en één keer rechts.
Toen we aankwamen in Ayers Rock Resort was het net donker. Met de campervan geen probleem. Je komt op je kampeerplaats aan, zet je tafel en stoelen en voilà: klaar is kees! Een paar kleine aanpassingen binnen en je kan slapen. Pure luxe!
De volgende dag hebben we het National Park een beetje verkend. We zijn eerst naar het Cultureel Centrum gereden waar je kan lezen, zien en horen welke betekenis Uluru heeft voor de oorspronkelijke aboriginal bevolking. Voor hen is en blijft Uluru een heilige plaats en ze vinden het OK dat er zoveel bezoekers komen, maar vragen wel dat hun cultuur gerespecteerd zou worden en dat je bijvoorbeeld Uluru niet beklimt of geen foto's maakt op bepaalde plaatsen die voor hen van grote rituele waarde zijn.
Uluru beklimmen: het wordt dus afgeraden, maar ik moet eerlijkheidshalve ook bekennen dat de klim wel héél zwaar lijkt: steil omhoog en dan nog erger, recht naar beneden met zicht op de diepte: brrr. Je hebt alleen een ketting om je aan vast te houden, dezelfde ketting voor omhoog en omlaag. Nee, niet weggelegd voor mensen met hoogtevrees of met kinderen of met beide.
We hebben een kort wandelingetje gemaakt om een beetje te acclimatiseren. Voor de zonsondergang dachten we misschien een kameeltochtje te doen, maar dat bleek 95 dollar per persoon te kosten, een beetje veel vonden we om een uur op een kameel te zitten. (We zouden het in Kings Canyon wel doen; daar bleek de "camel handler" echter met vakantie te zijn.)
Dus zijn we zelf maar naar de zonsondergang gaan kijken die hier keurig georganiseerd is. Je rijdt naar de "sunset parking" en wacht daar met tal van medekijkers op het ultieme moment, en dan: kliek, kliek, kliek! Het moet wel gezegd: het is een adembenemend zicht. de rots die constant van kleur verandert, de lucht in een zachtblauw-roze. We hebben zolang mogelijk genoten.

We zijn dan wel niet óp Uluru geweest, we hebben er wel helemaal rondgewandeld. De kids zijn nooit laaiend enthoesiast met het vooruitzicht op wandelen, maar naar goede Aussie gewoonte hadden we "awards" aangekondigd: één voor het kind dat het minst zou zeuren, één voor het kind dat het meest hulpvaardig zou zijn en één voor het kind dat het flinkst zou stappen. Het heeft gewerkt!
Willem heeft het naar het einde van de wandeling toe een beetje moeilijk gekregen -zijn voeten deden pijn-, maar we hebben de 10,5 km in 3,5 uur afgelegd, geheel volgens de schatting van de brochure. Wat de awards betreft: Marie heeft het minst gezeurd, Toon het flinkst gewandeld (maakt er altijd een erezaak van om op kop te lopen) en omdat Willem niet in aanmerking kwam voor 1 noch 2, was hij het hulpvaardigst geweest (hij had de rugzak heel efficiënt klaargemaakt: geen onbelangrijk onderdeel van een wandeltocht!). Allemaal blij, vooral toen later bleek dat er een ijsje aan vasthing!
Op de camping aangekomen zijn we gaan zwemmen terwijl Jan lekker gekookt heeft. De recepten uit zijn kampeerkookboek zijn meestal voltreffers, het moet gezegd.
Allemaal moe en tevreden naar bed. De volgende ochtend zouden we naar de zonsopgang gaan kijken, dus ik mocht het niet te laat maken in "De eenzaamheid der priemgetallen"...

1 comment:

Eva, Jurgen, Rosemarie en Jan-Willem said...

goh, wat is het daar toch mooi he. Die kleuren daar krijg je toch niet genoeg van. Ik krijg er ook weeral zin in.